Angstaanjagend en levensgevaarlijk
“Pas je wel goed op met haar. Straks steekt ze je nog dood.”
Dit kreeg een buuf te horen over mij. Niet 10 jaar geleden toen ik nog op gesloten zat, maar vorige week.
Er was een incident geweest op het hondenveld. Rollo (mijn hulphond) en ik waren beide getriggerd en ik had ook een wond waar iets mee moest. Ik was van binnen en van buiten overstuur. De situatie in het nu afhandelen en dealen met de flashbacks van het grote incident met Rollo van afgelopen augustus. Terwijl buuf de boodschappen die ook net worden bezorgd opvangt, app ik in mijn steunappgroep: help, crisis.
Dat doe ik alleen in hoge nood en dan belt er meteen iemand. Buuf hoort mij zeggen wat er in mijn hoofd gebeurt. Iets wat neerkomt op: ‘Ik wil nu dat dit stopt. Maakt me niet uit hoe. Desnoods door zelf te stoppen.’ Iedereen om mij heen weet dat je dit 100% serieus moet nemen op dat moment. Nabijheid bieden, triggers elimineren en samen wachten tot de storm gaat liggen. Iedereen om mij heen weet ook dat als we dit zo doen ze zich 100% geen zorgen hoeven te maken. Dat klinkt dubbel. Ik noem dat ‘tegelijkertijd’.
Na ongeveer 24 uur laat mijn steungroep me dan weer los, zonder dat officieel zo te benoemen. Niet steeds checken, maar vertrouwen dat ik mijn weg wel weer vervolg.
Buuf was ook bij het incident geweest en deelt met haar naaste over het hele gebeuren. “Let je wel een beetje op jezelf,” was er gezegd. Ze dacht eerst nog dat het ging om dat ze zichzelf soms kan verliezen in het zorgen voor anderen. Maar nee: “Je hoort het tegenwoordig steeds vaker. Dan raken ze in een psychose en dan worden ze heel gevaarlijk. Voor je het weet ben je dood.”
De volgende dag vertelt ze me dit in geuren en kleuren met bijbehorende stemmetjes. We moesten er samen keihard om lachen. “Ik moest heel hard lachen toen ze dat zei. Ik heb echt nog nooit zo over jou gedacht.” Die middag mag haar kleinzoon van 5 helemaal alleen meelopen naar mijn huis om wat speelgoed te lenen. Ik doe haar een berichtje: “Weet je dit wel zeker, ik ben levensgevaarlijk en hij is pas 5”
We maken er een grapje van, toch raakt het me. Dat blijkbaar mensen die een moment (of langer) in crisis zijn zo gestigmatiseerd worden. Ik voel me er persoonlijk niet door geraakt, dat komt omdat ik zelf wel beter weet.
Terwijl ik nu in de dagen hierna er nog wat over mijmer realiseer ik me dat ik veel vaker te maken heb met een andere vorm van angst voor mij. Eentje die mij veel meer raakt. Dat komt denk ik omdat ik die niet goed kan duiden. De angst voor de psychisch gestoorde Roos, ja, daarvan kan ik de beeldvorming in de media over mensen met verwarrend gedrag nog de schuld geven. Maar de angst voor de psychisch gezondere Roos begrijp ik niet. Is het de kanker? Of dat ik schrijf over wat ik observeer? Of is het geen angst maar iets anders?
Waar het om gaat is dat als mensen vragen hebben over hoe het met mij gaat of waarom ik iets wel of niet doe, ze dat aan een naaste van mij vragen. Niet rechtstreeks aan mij. Als iets mij triggert is het dat. Ik ga dan aan mezelf twijfelen. Ben ik dan zo afschrikwekkend dat iemand die mijn nummer ook heeft, dat niet zelf durft te vragen?
Ik kan hier dus dagen van wakker liggen. Dan liever een opmerking dat ik levensgevaarlijk ben om mee in de straat te wonen. Daarvan weet ik zeker dat het bullshit is. Al huilt mijn hart voor al die mensen die zo worstelen met de spoken in hun hoofd dat veiligheid in het geding komt. Ik ken ze van heel dichtbij. Ik praat ook met ze, zonder kogelwerend vest. Zouden meer mensen moeten doen.



