Herstel in flarden 2: Het uithouden

Begin augustus wordt Rollo, mijn hulphond gegrepen door een aangelijnde hond. Deze gebeurtenis heeft grote impact op ons. We zitten er nog midden in. Afgeronde blogs schrijven met een kop en een staart en een vleugje humor lukt nog niet. Ik ben allang blij dat onze kop en staart er nog op zitten. Daarom de komende tijd ons herstelproces in losse flarden. Lees hier het begin: Herstel in flarden – De nummering gaat verder waar ik in de vorige blog gebleven was.

11.

Je moet en zal aan de wond likken, krabben, bijten. Ik kan je geen seconde uit het oog verliezen. Naar de wc gaan doe ik met de deur open, zodat ik ‘niet aan je wond!’ kan schreeuwen. Wanneer ik wat eten wil maken voor mezelf geef ik je een bot. Ik kan je ook geen tien botten per dag geven. Het is roeien met de riemen die we hebben.

De kap accepteer je wel gelukkig. Het is warm, 33 graden en het plastic ademt niet. Je kop begint te stinken naar bedorven schimmelkaas. Een dag later is het alsof de kamer vol met puberstinksokken is. Ik doe de kap voorzichtig af en zie dat je kop en hals smetplekken hebben.

De dierenarts wil het toch even bekijken. Je verzet je hevig. Teveel aan je kop gehad. Je haren wegscheren is nu teveel gevraagd. We wachten tot je weer rustig in de wachtkamer ligt. Dan probeer ik samen met de assistente zoveel mogelijk haren bij je kop weg te knippen. Het resultaat is een nogal punkerig scheef geheel: coupe du crisis.

Het is beter dat je kap niet meer omgaat. Je hechtingen zijn vervangen voor nietjes. Je mag die er niet af bijten, gek he. Maar ook niet aan je kop krabben. Het voelt alsof de riemen waarmee we aan het roeien zijn, onder mijn handen afbreken en we alleen nog maar een stompje hout hebben waarmee we onszelf drijvend kunnen houden.

Ik heb nu beide handen nodig voor jou. Eén hand in je flank om je tegen te houden om aan de wond te zitten. Mijn andere hand bij je koppie om het krabben daar te voorkomen.

12.

Dag en nacht toezichthouden dus. Totdat de nietjes eruit gaan. Jij en ik op de bank. Een half uurtje per dag toch even de kap om, dan zet ik alles klaar aan drinken en eten wat ik nodig heb bij de bank. En dan zitten, hangen, liggen. Met twee handen bij jou en als je even slaapt, met één hand, zodat ik wat kan drinken. Ik vind het een waterdicht plan.

“Begrijp ik nu goed Roos, dat je 5 dagen wakker wilt blijven?”  Ja, dat begrijp je goed. Wat moet dat moet.

“Dit gaat zo niet, Roos, dit is toch niet te doen!” Zo lang ik het doe is het blijkbaar te doen.

“Alle ingrediënten voor een crisis, pas op Roos, dit is niet goed voor je.” Heb je een ander goed idee?

Ik weet heel goed dat niet slapen gevaarlijk is. Maar hier en nu ben ik oké. Ik hallucineer niet, spreek geen wartaal. Het enige wat er is, is dat ik niet meer op woorden kom, loop alsof ik dronken ben en niet meer helder zie. Mijn oog trilt en mijn benen voelen zwaar. Ik hoest ook en heb verhoging. Verder is er nog geen crisis. Ik ben geen gevaar voor mezelf, noch mijn omgeving.

Het frustreert me als mensen hun zorgen op deze manier uiten. Voor mij staat dit gelijk aan hoe ik behandeld ben ik de psychiatrie. Crisis als iets wat een gevolg is van verkeerd gedrag. Als iemand terug valt in drugsgebruik of bewust te weinig eet, dan kan je misschien roepen dat als iemand niet verandert het uitloopt op crisis. Maar wat moet ik nu veranderen? Rollo en mij uit elkaar halen? Het geeft mij stress. Ik zoek naar wat ik dan precies verkeerd doe en kan niets verzinnen.

Ik draag wat er te dragen valt nu. Dit is de realiteit: een gewonde hond, fysiek en mentaal. Een gewond mens, fysiek en metaal. Samen op de bank het uithouden met de schade. Misschien is het wel zo dat de gemiddelde mens het lastig vindt om dat te zien en zegt het meer over hen?

Mijn denkvermogen is stuk. Ik kan niet in oplossingen denken, dus dat zullen jullie dan moeten doen. Maar Rollo en mij uit elkaar is geen optie. Ik zeg tegen niemand waarom niet. Bijna niemand. Ik heb een psychiatrisch verpleegkundige van het ziekenhuis aan de telefoon. “Ik heb Rollo om me veilig te voelen en rustig te kunnen slapen. Ik heb nu ook een trauma en iedere keer als ik even ontspan, herbeleef ik het krakende, gillende bloederige bos. Zonder Rollo alleen zijn om te slapen is een illusie. Dan moet ik ergens zijn en plat gelegd worden met medicatie. Maar heel eerlijk: Rollo zorgt ervoor dat ik blijf leven nu. Dat suïcidale gedachten geen voet aan de grond krijgen, want ik kan het hem nu niet aandoen dat hij die stress gaat mee krijgen. Echt, beter dat Rollo en ik zo samen zijn.”

Terwijl ik dit vertel aan de telefoon is er iemand uit mijn netwerk in huis om de biebboeken op tijd voor me in te leveren. Ze hoort wat ik zeg: “Zal ik vanavond terugkomen; dat ik een nacht wakker blijf bij Rollo en jij boven gaat slapen?” Ik durf het bijna niet aan te nemen. “Ik vind het wel stoer eigenlijk om te ontdekken of ik nog een nacht op kan blijven.”  Alles in me sputtert tegen. Ik zeg ja.

Zo lig ik die nacht voor het eerst weer boven in mijn bed. Wat is het fijn voor mijn lijf om op een matras te slapen.

13.

Je kijkt naar ons alsof je niet durft te geloven dat het echt is.

Bos, hei, zand. Nieuwe geurtjes.

Je moet aangelijnd blijven tot de wond dicht zit.

Het kost je de grote moeite niet te gaan rennen.

Die kop, zo blij.

Lamphond op de heide.

Andere hond in het vizier,

je hele lijf verstrakt.

Al je spieren spannen.

Ik geef je bedding, met beide armen in je flanken.

Het komt goed, Rol, echt waar,

deze laat jou leven.

Niet vergeten zelf door te ademen.

Anders zijn mijn woorden niets waard.

14.

Het is alsof ik met een zware rugzak loop. Een hike van 14 dagen en nog 5 dagen te gaan. Mijn kleren zijn nat en vies en alles stinkt. Mijn voeten zitten vol blaren. Ik leef op water en mueslirepen. Verstand op nul en blik op oneindig. Ik zou zo mee kunnen doen aan Kamp van Koningsbrugge. Mijn kompas afgesteld op de goede richting. Ik ben vastberaden om dit te gaan halen. Aan de kant van de route roepen mensen. Goed bedoeld en uit zorg. “Dit wordt crisis. Dit kan zo niet. Dit houdt je niet vol.” Maar er is nog geen officiële ‘medic’ die ingrijpt. Blijkbaar vinden de medisch professionals het nog verantwoord. Zij zullen moeten besluiten dat ik moet stoppen met de hike. Niet ik. Aan mij zal het niet liggen.

Wat helpt is helpen dragen. Mijn jerrycan een poosje overnemen. Terwijl ik loop en loop en loop een extra mueslireep aanreiken. Zeggen dat ik het goed doe. Een veldbedje neerzetten voor een uurtje slapen.

15.

Je wond lekt, je koppie is gaan smetten

ik spoel je schoon

voorzichtig met een beetje lauw water en wat shampoo

ik maak een kommetje van mijn hand

handje voor handje, kleine beetjes water

je haat water, altijd al

het moet gebeuren

met liefde, moet het gaan

zoals ik er voor jou

jij voor mij

ik je schoon was

je wond bekijk

en blijf

ik geef jou wat ik toen zo nodig had

16.

Wat zij heeft gedaan met een nachtje wakker blijven, dat kunnen wij niet. Ik geef ze groot gelijk. Mijn netwerk draait overuren, terwijl de professionals nog met vakantie zijn. Wat wel kan is iedere dag een paar uur oppas voor Rollo. Dan kan ik een uurtje boven slapen.

Dokter Thijs is nog op vakantie. Ik weet dat ik 5 mg lorazepam zonder overleg mag inzetten bij crisis. Het is beter om niet teveel voorraad te hebben, dus ik mag dan kort achter elkaar 10 stuks bestellen. Ik leg de situatie uit aan de assistente.  “Ik heb mijn ritme omgedraaid en slaap nu overdag. Meestal is er twee keer per dag oppas, en zo krijg ik 1,5 tot 3 uur slaap per dag. Ik moet dus 2 keer per dag per direct in slaap vallen. Daarvoor zet ik mijn lorazepam in. Soms is 1 mg niet genoeg. Er gaat dus gemiddeld 3 tot 5 mg per dag doorheen. Dit mag van dokter Thijs bij crisis.” Ze gaat overleggen. Het antwoord wat ik terug krijg: Je mag 2x overdag 0,5 gebruiken en voor de nacht 1. Welke nacht?? Er is helemaal geen ‘voor de nacht’, want ik waak ‘s nachts. Ik was toch duidelijk? Serieus, ik sta op het randje van het randje en ik doe alles wat in mijn macht ligt om mezelf op de rit te houden. Werk mee alsjeblieft! Ik voel aan alles dat deze strijd niet helpt. Dat ik eigenlijk heel hard HELP wil roepen. Als je mijn plan niet ondersteunt, schakel dan noodhulp in of zo, maar niet dit en ‘sterkte met je situatie.’ Als het niet gaat mag ik over 5 dagen overleggen, dan krijg ik misschien enkele pillen extra.

Ik besluit het heft in eigen handen te nemen. Vastberaden mijn plan vasthouden, dat is nu het enige wat ik kan opbrengen met de beperkte mentale energie die ik heb. Alles wat daarvan afwijkt kan me in het ravijn gooien. Ik leen twee strips bij een vriendin. Niet chic en ik biecht het eerlijk op. Een e-consult sturen naar dokter Thijs kan niet, want dat is uitgeschakeld vanwege zijn vakantie. Ik voel aan alles dat het zomaar kan zijn dat ik over een paar dagen geen zinnige zinnen meer kan zeggen of misschien toch in het ravijn gedonderd ben. Ik schrijf wat er is gebeurd, wat ik allemaal doe om het vol te houden, hoe ik aan mijn pillen kom en waarom ik niet nog eens aan de vervanger vraag om een paar extra. Het risico van ‘nee’ kan ik niet lopen. Ik maak een pdf en stuur het naar het infomailadres van de praktijk. Zo, nu is Thijs op de hoogte als hij er straks weer is. Ik laat het los.

Ik voel frustratie en boosheid. Mijn benen wiebelen en het raast in me. Er komt zo oppas, maar slapen zal niet lukken. Ik kan beter even wat baantjes gaan trekken.

Het zwemmen helpt goed. Langzaam en gecontroleerd inademen. De borstcrawltechniek vraagt om concentratie en controle. Voor ik het bad inga moet ik me altijd melden bij de beheerder. Ik zwem met een roze badmuts, zodat het personeel mij snel terugvindt in het water. Na 8 banen voel ik dat het genoeg is. Er is ontspanning in mijn lijf. Ik heb mijn uur slaap ervoor opgeofferd, maar dit was zo nodig voor mijn hele systeem. Ik stap rustig uit het bad en wacht bij het trappetje altijd even tot mijn evenwicht hersteld is, na het wisselen van houding. Het duurt lang dit keer. Te lang. Ik weet al wiebelend de paal van de toezichtstoel te bereiken. En dan is er niets. Iemand heeft me naar een zitplek geholpen. Ik ben in het niets en vind het wel even lekker zo. “Roos, kom eens terug.” Ik probeer scherp te stellen. “Ja, daar komt ze weer.” Ik probeer te praten, maar de spieren van mijn mond weigeren nog dienst. Ik kijk naar mijn hand en zie dat die in de bekende ‘uitvalstand’ staat. Met mijn andere hand activeer ik de vingers. “Hoi, daar ben ik weer” zeg ik even later. De beheerder was vergeten door te geven aan de badmeester dat ik in het bad lag. Een andere badmeester was zelf aan het zwemmen en zag het gebeuren.

Dat duurde lang. Hoelang? Tien minuten. Ach, kan langer. Ik eet en drink wat, maar echt terug op aarde krijg ik mezelf niet.

De beheerder biedt aan me straks thuis te brengen, na zijn dienst. Even later blijkt dat hij zich een uur vergist heeft. Ik houd het niet uit in de drukte en bel de vriendin die op Rollo past of ze me kan halen. Even later komt ze met mijn auto en Rollo compleet met lampenkap over het fietspad aanrijden.

De volgende dag belt de beheerder of ze het goed hebben aangepakt. Ik vertel wat er aan de hand is met Rollo. Ik voel me schuldig dat ik dit risico genomen had. Voordat ik het bad instapte voelde ik me echt sterk. Eigenlijk voel ik me al anderhalve week sterk. Dit had ik niet verwacht. “Ik vind het wel logisch, je systeem kreeg door het zwemmen even toestemming om te ontspannen.” Geen oordeel. Gewoon een constatering.

17.

Mindfull

Met volle aandacht

Zie ik hoe je ligt

Ademt

De kleur van je vacht

De vorm van je lijf

Ik observeer

Neem waar

Volledig in het hier en nu

Er is niets anders dan dit

Een focusoefening van 1,5 week

Een ogenblik verslappen

Kost je een nietje

18.

Even een berichtje van mij over mijn baasje Roos. Ze is heel hard voor mij aan het zorgen. Nu is het mijn beurt om even voor haar te zorgen en wat aan jullie te vragen.

Roos wordt woensdag 40 en dat is best bijzonder. Ze kan het alleen niet vieren, want ik ga extra hard aan mijn wond likken als ik jullie allemaal wil begroeten en op mijn rug rollen enzo. De kap moet zoveel mogelijk af, want daar kreeg ik ook wonden van. Kortom, we zijn hartstikke druk met herstellen en ook heel moe.

Willen jullie haar verjaardag schriftelijk vieren? Van post wordt ze heel blij. Verder hebben we vooral rust nodig. Telefoon opnemen lukt ook niet want ze is vaak met beiden handen en volledige aandacht bij mij.

Als alles voorbij is, komt er vast nog wel een feestje. Cadeautip voor nu of later: we hebben een spaarpotje voor ons herstel.

Liefs van Rollo

19.

Stapels post komen er binnen. Ik verzamel alles in een doosje. Op 20 augustus sta ik ‘s ochtends op van de bank voor een lekkere kop thee. Ik feliciteer Rollo met mij en ga er eens goed voor zitten. Mijn vriendinnetjes van 4 en 7 hebben slingers voor mijn deur gehangen, zonder aan te bellen. Zo lief!  Wat word ik overladen door lieve woorden en prachtige papieren aandacht. Ik voel me zo gezien.

Niemand belt me, wat heerlijk rustig. Bijzonder hoe het werkt dat als ik had gezegd: ‘ik vier het niet,’ er waarschijnlijk allerlei telefoontjes waren gekomen of onverwachte bezoekjes. Nu wordt mijn grens gerespecteerd en mijn verlangen gezien. Ik geniet enorm van post, alle woorden kan ik rustig tot me laten komen.

Wat me opvalt is hoe sommige mensen schrijven over dat ik 40 ben nu. Voor mij is dat best bijzonder, ik had niet verwacht dat ik het zou halen. Er waren twijfels of ik het zou vieren omdat bij dit getal zoveel samen komt. Mijn niet vervulde kinderwens, maar ook mijn onzekere levensverwachting. Een echte ‘tegelijkertijd’- gebeurtenis dus. Ik zou het toch vieren, bij een natuurspeeltuin in de buurt. Mensen schrijven dat 40 worden echt niet zo erg is. Of dat het nu pas echt leuk wordt. Blijkbaar speelt mijn kanker niet meer zo op de voorgrond. Best relaxt eigenlijk. Ik voel dat niet zo, dat het erg zou kunnen zijn om 40 te worden. Ik voel me nu niet oud of juist jong of nog een heel leven te gaan. Mijn leven zie ik allang niet meer als een rechte lijn met een begin en een eind ergens rond de 80. Het is weer een soort in de war geraakte bol met wol. Geen idee of ik halverwege de draad ben of al bijna aan het eind.

Met mijn steungroepje (een select gezelschap dat mee mag naar het ziekenhuis) heb ik afgesproken dat als ik het vandaag zie zitten we even een taartje eten in het park.

Ik loop er heen met Rollo (met kap en al). Iedereen neemt drinken voor zichzelf mee en iets om op te zitten. Twee vriendinnen hangen slingers op en verdelen de taart in stukjes. Ik drink thee uit mijn eigen thermosbeker. Er zijn kaarsjes om uit te blazen en cadeautjes. Ik ben te moe om iets te voelen. Ik ben te moe om echt goed mee te maken dat we hier zitten en dat ik jarig ben. Na een half uur is het eigenlijk ook echt genoeg. Ik maak een uurtje vol. Ik durf het harop te zeggen. “Ik vind dit denk ik wel leuk en ben blij met jullie. Al ben ik nu veel te moe om dit te voelen. Ik kijk daarom even goed rond en maak een foto voor mijn plaatjesbieb in mijn hoofd. Dan geniet ik er vast met terugwerkende kracht van.” Teruglopen naar huis is teveel gevraagd. We moeten mijn fiets ook nog halen, die is achter gebleven bij het openluchtbad. Even later lig ik weer op de bank met Rollo bij mijn voeten. Hij is ook moe en samen dommelen we in slaap.

Meer van mij lezen: boek “tegelijkertijd” –

Related Posts