Herstel in flarden: Het incident
Begin augustus 2025
1.
Ik zie hoe de dreiging losschiet en voel alle stofjes in mijn lijf zich klaar maken om jou te gaan redden, nog voor het gevaar je bereikt heeft.
Hartverscheurend is je gegil. Ik durf niet te kijken, bang dat ik je dood zie gaan val ik over je heen en probeer te redden wat er te redden valt. Gegrom, gehap, geschreeuw en dan sta jij alweer op vier poten naast me. Met mij aan de lijn leid je me terug naar de boerderij.
De situatie schatte je haarfijn in. Terwijl je normaal het kaas niet van je brood laat eten. Dit gevecht gaan wij niet winnen; vluchten, weg hier. Terug naar het basiskamp.
Je doet ogenschijnlijk normaal. Zo zou ik het ook doen, zo heb ik het ook ooit gedaan. Op je poten en weer door.
Nu ben ik er en weet wat er gebeurde, aan jou is niets te zien. Ik aai je rustig en bekijk je stukje voor stukje. Niet te snel, precies wat je aankan. Ik vind een bloedplek in je oor.
Ik bel jouw eigen dierenarts, “laat hem toch maar checken bij de arts daar, voor de zekerheid.”
Ik zet je op de tafel. Ze scheert je oor. Toch maar even overal kijken en voelen. “Z’n vacht heeft hem gered” zegt ze. Nog 1 stukje te bevoelen. We tillen je haren op. “Oh nee”, hoor ik. “Dit wordt opereren.” Ik ben hier alleen met jou en mis je zo. Ik mis jouw kop tegen me aan om me te kalmeren. Ik mis je signaleren dat ik moet zitten en eten. Dat het teveel wordt. Ik mis je steun. Ik ben hier alleen. Volledig voor jou. Dit gaan we redden vent. Dit gaat goed komen. Alleen nu nog niet.
“Mag ik erbij zijn als hij in slaap valt? En wakker wordt? “
In mijn armen verzet je je nog hevig tegen de narcose. Ik voel je overgave aan dat wat onvermijdelijk is. Ik voel je slap worden en geef je over aan de artsen.
2.
Ik wacht zoals ik weet hoe wachten gaat. Ik wil naar huis, we moeten naar huis. Want met zoveel zorg en kwetsbaarheid kan ik niet blijven.
Net nu ik vanmiddag hardop zei dat ik me in jaren niet zo normaal gevoeld heb. Een schakel die van waarde is in het team. Ik doe er toe. Ik geef workshops, ben weer even kunstjuf. Mijn binnenwereld is rustig. Ik geniet zo van deze opleving. Alsof alle radertjes goed gesmeerd zijn. Iedere avond een bord warm eten, samen eten. Zware dingen worden voor me gedaan en ik mag me met al mijn aandacht richten op dat waar ik goed in ben. Ik voel dit genieten, dit leven tot ik al m’n vezels.
En dan nu weer hulpbehoevend worden? Met een gewonde hond en mijn eigen gewonde lijf. Rollo die straks getild moet worden naar boven. Het team wat ik al in de steek laat door hier in de wachtkamer te zitten. Ik wil dat niet. Ik wil naar huis.
Ik regel naar huis.
Diepe ademteug. Met Rollo een uur in de auto? Zo direct, terwijl de wond nog lekt, de narcose nog werkt. En dan?
Mag ik blijven?
Natuurlijk mag je blijven
We hebben zorg nodig.
Dat weten we.
We blijven.
Ze zijn klaar, ik mag bij hem kijken. Zijn tong uit de bek. Een groot stuk van zijn rechterkant geschoren. 12 hechtingen. De geur van desinfectiemiddel. Ik ga bij hem zitten. Hij is nog diep weg.
“Kan je eerst betalen, dan kunnen we afsluiten?”
Natuurlijk. Het is al ver na etenstijd en ze hebben mij geholpen in plaats van mij doorsturen naar een praktijk een half uur rijden verderop. Nadat ik gepind heb loop ik terug naar Rollo. Hij is weg.
Ik roep naar ze. “Hij is er niet meer!” Rollo is strompelend het aangrenzende kantoor aan het verkennen.
” Volgens mij is hij wakker genoeg om hem mee te nemen”.
3.
We zijn de hele avond bezig geweest met bellen. De huisartsenpost voor mij, de eigenaren van de andere hond, de politie voor advies. Ik heb me met twee mensen teruggetrokken in de serre. De rest van de groep houden we buiten de deur. Ik kan en wil met niemand praten. Terwijl het bijna donker wordt werk ik mijn avondmaaltijd naar binnen. Het is dat het moet. Een bak met gehusselde wrap ingrediënten. Er wordt nog een glutenvrije wrap uit een tas getoverd. Zo voel ik me ook, van binnen en van buiten. Als een samengeraapt door elkaar geschud zooitje bonen met avocado.
4.
Je bent naar boven gedragen en nu lig je onderaan mijn bed. Ik ben één minuut naar de badkamer en hoor je hartverscheurend janken. Ik ga in bed liggen en jij probeert bij mij te kruipen, maar je mag absoluut niet springen. Ik ga op de grond bij je liggen, maar dat vindt mijn eigen lijf niet leuk. Uiteindelijk lig ik met mijn handen over de rand van het bed je te aaien. En dan ineens lijkt de narcose uitgewerkt. Je loopt tegen de muren op. Gilt en jankt. Ik krijg je niet rustig.
Ze hebben gezegd dat ze hun telefoon aanlaten. Dat ik mag bellen. Maar dat ook echt doen? Ik wacht tot 4.30, met jou in mijn armen, tot ik durf. Er komt iemand bij je liggen. Arm over je heen, in een slaapzak op de grond. Ik neem een lorazepam en slaap twee uur.
5.
Terug naar het meest moeilijke moment. Dat plaatje wat zich steeds herhaalt. De jongen zien naderen, zien dat het spannend wordt en alvast opzij stappen. Want aan Rollo laten voelen dat er spanning is, slaat op hem over. Stevig in mijn schoenen en focussen op de route. Het bleek niet stevig genoeg. Dat moment van bijna mis gaan.
Ik doe mijn ogen dicht. Plaatje voor ogen. Naar links en naar rechts, links, rechts, 21 keer. Afronden van boven naar beneden kijken.
Een nieuw plaatje dient zich aan. Ik samen met Rollo op de grond, gehap en onrust om me heen. Ogen dicht. Naar links, rechts, links, rechts. Tot 21 tellen.
Zelftherapie. Proberen de lading eraf te halen. ‘Dit is een trauma erbij’ zeg ik tegen iemand. “Dat is het nog niet.” Klopt, het is nu nog een schokkende gebeurtenis. Wat ik niet hardop zeg is hoe dit resoneert. Naar dat wat ik ken. Dat voelt als een dominosteen die alles kan laten omdonderen. Of niet. Het hoeft niet. Wel of niet zal ik nu nog niet weten.
Ogen dicht, plaatje naar voren. Links, rechts, links, rechts.
6.
De vraag of we nog een nachtje erover willen slapen. Ik vroeg haar zelf een melding te doen. Liever niet. Het is al vaker gebeurd, hoog risico hondentraining, muilkorf training. ‘Dan maken wij een hond dood Roos’, hoor ik in mijn hoofd. ‘We zijn ook verantwoordelijk voor dat er niet nog meer slachtoffers komen.’ Zegt een ander.
Ze biedt me vitaminen aan voor mijn herstel. Ik raak in de war. Nu is nu, maar dit voelt zo bekend. Cadeautjes krijgen om maar niet.. Als je maar zwijgt…
Wat lief van haar, zeggen mensen. Pas op zeggen anderen.
Ik wil geen cadeautjes, ik wil erkenning voor de schade. Dat Rollo mijn hulphond is, mijn maatje. Dat de rolomkering, die er nu is, veel van me vraagt.
Die erkenning ga ik niet krijgen. De kosten van de dierenarts, dat wel. Maar verder. “Je probeert er een slaatje uit te slaan,” als ik het heb over de kosten voor de trimmer. “Normaal kam je Rollo toch ook.” Ja iedere dag een stukje. Ik ga nu toch niet aan zij haren trekken als er zo’n groot stuk wond is. Ik kan zijn kop toch niet kammen, met de kap. En al het wondvocht en het bloed wat nog steeds uit de wond komt. Drie sessies therapie voor mezelf dat wel.
Dat ik een profiteur ben blijft hangen in mijn hoofd. Het is zo niet eerlijk. Ik leef van een Wajong, kan precies net wel/niet rondkomen. Een trimbeurt kan ik niet zomaar betalen. Laat staat de extra training om Rollo en mij weer rustig te leren buiten lopen. Therapie om de lading eraf te krijgen. Ik voel me boos en wil vechten voor mijn rechten.
De schade dragen. Het onrecht dragen. Erkenning ga ik niet krijgen en het leid alleen maar af van herstel. Focus op Rollo. En blijven bij dat het angstig en schokkend was en nu verdrietig is. Dat heeft al mijn zorg en aandacht nodig.
Het hele pakket aannemen, alle fysieke, mentale en financiële schade.
En dan ervaren dat mensen om mij heen mij niet in de steek laten.
7.
“Roos wil graag na het eten een aantal mensen mee. Minimaal 3 mannen, om dezelfde route te lopen.” Meteen gaan er een boel handen omhoog. Even later lopen we hetzelfde pad af. Via de fazanterie. Ik voel mijn hartslag in mijn keel. Al mijn zintuigen staan scherper dan scherp. Rustig ademhalen. Rollo loopt naast me, zijn kap wiebelt heen en weer. Eerst naar rechts “Kijk hier zagen we een ijsvogel.” Om het plaatje compleet te maken vliegt het vogeltje ook nu over. Dan hier bij het bruggetje naar links. Hier was het. Ik maak foto’s. Kijk hier kwam de jongen met de hond om de bocht. Hier stapte ik van het pad af. En hier lagen we op de grond.
Toen keerden we om. Nu lopen we de route verder. Dat helpt. Nu kan ik een filmpje maken waarbij ik passeer en doorloop.
8.
Kerkdienst in het bos
Ogen dicht en verschillende geluiden tellen
Ik durf niet
Kijk naar de bomen
Hoe ze wortelen en uitreiken
Een takje kraakt
Ik begin te huilen
Het bos is iets geworden om bang voor te zijn.
9.
We zijn weer thuis. Alleen. Samen. We moeten beneden slapen, want jij mag nog geen traplopen. De kap zit je in de weg. Ik leg een topper op de bank en maak een hoekje voor jou. Wat een geluk dat ik laatst deze nieuwe bank van de buurvrouw kreeg. Ik leg handdoeken neer. Je wond lekt nog steeds.
Ik heb mijn binnenwereld verteld dat dit een soort slaapfeestje is, net als vroeger. Ik doe de tv aan om niet in slaap te vallen, want ik moet op je letten. Met de rand van de kap, krab je aan je wond. Uiteindelijk val je op mijn voeten in slaap. Ik dommel ook wat.
Onze vrienden van het hondenveld helpen met naar buiten durven. Ze zijn er als we voor het eerst weer moeten lopen. Je normaal veel te drukke hondenvriendinnetje snuffelt aan je kap. Ze gaat rustig bij je liggen.
Wanneer een paar dagen later Lady terug van vakantie is snuffelt ze aan je wond en geeft je voorzichtig een soort kusjes. Het ontroert me. Ook in de hondenwereld zorgen ze voor je.
10.
Ik dommel en sluimer
Wiebel waggel rommel slaap
Moe om te moe om te moe
Om te slapen
Want waken is nu het enige dat rust geeft
Dommelen dutten duikelen draaien
Woelen en Rollo weer kroelen
De zon op
De zon onder
Te moe, te bang om te slapen
Ik moet slapen en opletten
Rusten en zorgen tegelijkertijd
Deze tegelijkertijd kan niet
Zoals andere dubbelheden mijn leven verrijken
Nu is het kiezen
Niet kiezen, geen keuze
Want waken is het enige wat rust geeft
Er valt niet te kiezen
Ik doe wat ik moet doen
De zon op
De zonder onder
Nog maar 9 dagen
Vervolg op dit verhaal:Herstel in flarden 2: Het uithouden –
Nieuwsgierig naar hoe Rollo en ik samenwerken? Hij hobbelt rond in mijn boek “tegelijkertijd” –



