Apotheek en eigen regie
Het is weer tijd voor mijn maandelijkse wandelingetje naar de apotheek. Rollo weet al waar we naar toe gaan en hij gaat rustig liggen voor het automaat. Ik toets de code in en even later gaat het vakje open. Alweer maar één vakje, wat betekent dat de helft niet geleverd is. Ik heb Rollo’s werkjas thuis gelaten, dus ik kan niet naar binnen om het bij de balie te vragen. In mijn hoofd is er nu een vinkje gezet achter medicatie halen, daarom onderneem ik direct actie. Eenmaal thuis ben ik anders allang weer vergeten dat niet alles er is. Ik stuur de apotheek een e-berichtje dat niet alles in het automaat is. Dan krijg ik vanzelf een reactie of een nieuwe code wat voor mij dan de prikkel is om toch nog een keer die kant op te lopen. Een paar uur later krijg ik reactie: ‘vanwege bevrijdingsdag was niet alles geleverd, het komt morgen.’ Check. Wat ik alleen niet zo goed begrijp is dat ze iedere maand opnieuw weer mijn medicatie ergens vandaan laten komen, terwijl ik dit al vijftien jaar slik. Dan kan je toch iets in de la hebben liggen? Ach. Ik denk vast te simpel. Ze hebben me de vorige keer de tip gegeven om ruim een week van te voren mijn medicatie aan te vragen. Gelukkig was ik deze keer ook op tijd.
Mijn dagelijkse leven zit deze dagen vol met uitdagingen en de apotheek verdwijnt naar de achtergrond. Ruim een week later zie ik dat ik nog maar twee keer de dagdosis in huis heb. Maar ik had toch al medicatie besteld? “Er zijn grote tekorten hoor Roos, hoor ik in mijn hoofd. We kunnen beter maar halveren, want als het er niet is, dan krijgen we onttrekking.” We hebben het al gevraagd aan de apotheek en het zou komen. Mogen we na een week het al nog een keer vragen? Stel je voor dat ze ons zat worden en vinden dat we zeuren. We mogen hen niet opjagen, want ze hebben het al zo druk. In mijn psychiatrietijd is er iets in geslopen wat gaat over macht en onmacht. Het idee dat iemand anders mijn medicatie in handen heeft, waar ik niet zonder kan. Dat iemand anders besluit dat ik meer moet slikken of minder. Dat ik het niet krijg, omdat de psychiater vergeten is om het op de deellijst te zetten en het nu weekend is. Ik ben niet verslaafd, ik ben lichamelijk afhankelijk (gemaakt) van deze middelen. Per direct moeten stoppen geeft ernstige onttrekkingsverschijnselen. De ander heeft het recht om mij dit aan te doen. Zij kunnen besluiten dat ik het niet meer krijg omdat het er niet meer is. Maar misschien ook wel omdat ik teveel zeur. Ik moet me dus onderdanig opstellen, om te krijgen wat ik nodig heb. Nu zijn we een week verder, met nog maar 2 dagdosissen. Ik splits de pillen in stukjes en bedenk een schema waarmee ik de meest ernstige onttrekking hoop te voorkomen.
Dan ineens is er het besef wat ik aan het doen ben. Ik ben op een denkspoor terecht gekomen, wat niet kloppend en helpend is. Ik ben gekaapt door een angstig deel en heb als volwassen Roos even niet doorgehad dat dit gaande was. Tijd voor actie. Ik voel dat het voor dit deel van mij te spannend is als ik duidelijk en direct van de apotheek ga vragen om toch echt nu te zorgen voor medicatie. Ik mail het volgende: Wanneer kan ik de medicatie ophalen? Ik heb nog geen bericht gehad. Inmiddels ben ik een week verder. Is het mogelijk dat jullie al wat eerder zorgen voor voorraad, ik gebruik dit medicijn standaard. Ik bestel nu bewust al een week te vroeg, omdat het met dit medicijn vaker gebeurt dat het er niet is. Nu wacht ik al langer dan een week op een bericht en ik ben aan het halveren om geen ontwenning te krijgen. Ik kan helaas echt geen dag zonder. Kunnen jullie me laten weten op welk termijn ik het kan verwachten? Dan weet ik of ik nog verder moet opdelen om in ieder geval tot die tijd iets binnen te krijgen.
Inhoudelijk krijg ik geen reactie. Er verschijnt wel die middag een afhaalcode in mijn mailbox. Opnieuw mijn wandelingetje naar het automaat. Daar zie ik op de verpakking staan dat het er al sinds 6 mei is. Het halveren was dus helemaal niet nodig!
Tijdens het teruglopen naar huis kom ik tot de conclusie dat dit zo niet langer gaat. Het is namelijk al de vierde keer binnen een jaar dat maar een deel van mijn medicatie er is. In het dagelijks leven merk ik niet zo veel meer van mijn interne verdeeldheid. Niet in die zin dat ik echt ‘vergeet’ dat ik nog iets moet halen of moest doen. Behalve met medicatie. Ik denk dat het komt door die psychiatriegeschiedenis en de dynamiek van macht en onmacht meespeelt.
Ik besluit om de apotheek te bellen, niet om een klacht in te dienen, maar om te vragen of ze mee kunnen werken aan een oplossing. Ik heb namelijk wel een aantal ideeën. Medicatie pas in de automaat leggen als het er allemaal is, zorgen dat ik ook echt een nieuwe code krijg bij een nalevering en als blijkt dat het er na een week nog ligt of ze dan even kunnen bellen. Of mijn medicatie bezorgen.
“Goedemorgen, zou u met mij mee kunnen denken over een oplossing rond het halen van mijn medicatie, want zoals het nu gaat, werkt het niet voor mij.” Ze vraagt wat het probleem is. Ik vertel dat als ik het gehaald heb uit het automaat in mijn hoofd ik het afvink dat ik het gehaald heb. Als het dan niet volledig is, lukt het me niet goed hier de focus op te houden en op tijd door te hebben dat ik het nog niet heb. “Wat is uw geboortedatum… ik zie dat u net uw medicatie hebt gehaald. Wat is het probleem?” “Het probleem is dat ik het vorige week al nodig had en ik geen bericht heb gehad dat het er was. Ik heb DIS, wat betekent dat ik soms een tijd in een hele andere modus kan leven en dan heb ik geen overzicht. Het lukt me wel om mijn medicatie te halen als ik een code krijg. Dat is dan de prikkel dat ik iets moet doen. Als ik al de helft binnen heb, dan heb ik in mijn systeem zitten dat het klaar is voor die maand. Als ik dan toch nog erachter aan moet, dan lukt me dat echt niet. Op deze manier werkt het niet voor mij. Ik heb wel ideeën voor een oplossing. Zou u met mij kunnen meedenken wat vanuit jullie mogelijk is?” “Ik ga even met een collega overleggen.” Ik krijg zo’n irritant muziekje te horen. Waarom overlegt ze niet met mij en wat mijn ideeën zijn? Ach.. ik wacht wel even wat haar collega erover zegt. “Hallo, daar ben ik weer. Ik heb even overlegd en het lijkt ons verstandig dat als het zo moeilijk voor je is, dat je het beheer van je medicatie overlaat aan de zorg.” De zorg? Welke zorg?
In mij gaan alle alarmbellen rinkelen. Zie je wel Roos, ze vertrouwen je niet met pillen. Nog even en alles word je afgepakt. Dit is zo’n slecht idee, je had hier nooit over moeten beginnen. Even rustig ademhalen. Ik zeg tegen mijn angstige deel dat het helemaal goed komt. Ik voel me strijdbaar worden “Welke zorg bedoelt u precies?” “Uw begeleiding.” “Ik heb geen begeleiding en ik kan prima voor mezelf zorgen. Waar het mij om gaat is dat ik zag dat mijn medicatie er toch vorige week al was en ik helemaal geen bericht krijg. Dan moet ik dus zelf hier gefocust en geconcentreerd op blijven. Het zou mij helpen als jullie dan een nieuwe code mailen zodra het er in ligt. Of dat het bijvoorbeeld pas in het automaat gaat als beide middelen er zijn.” “U krijgt altijd een nieuwe code mevrouw. In uw mail zit ook een spambox. Daarin komt ongewenste mail. Waarschijnlijk is het daarin terecht gekomen.” Ze zegt het rustig en duidelijk articulerend. Ik denk dat ik inmiddels als zwakzinnig wordt gezien. “Ik weet wat een spambox is en daar zit het niet in. Het gaat mij ook niet om deze ene keer, maar hoe we het wat vlotter kunnen laten verlopen. Bijvoorbeeld door het pas in het automaat te doen als het er allebei is.” Ik zoek mijn toevlucht in de techniek van de kapotte grammofoonplaat. En ik probeer nu al mijn andere bedachte oplossingen er doorheen te krijgen. “Wat ook zou kunnen is dat jullie het bezorgen.” “Ik ga even overleggen.” Muziek. “Daar ben ik weer, het lijkt ons echt beter in dit soort gevallen dat de medicatie bij de zorg in beheer wordt gegeven. Ik kan natuurlijk wel een melding maken dat het pas in het automaat komt als het er allemaal is, maar wij vinden het beter als u uw eigen medicatie niet meer beheert, maar aan de zorg overlaat.” “Ik ga mijn huisarts vragen om mijn medicijnen voor drie maanden tegelijk voor te schrijven. Dan heb ik minder vaak dit gedoe.” Ik wacht niet af wat ze van deze oplossing vindt. “Prettige dag verder.”
Wat gebeurde hier?? Mijn huishoudelijke hulp hoorde het telefoongesprek en kijkt me verbaasd aan. “Je hoort het goed, vanaf nu moet je hier iedere dag mijn pilletje komen brengen en dan doe ik mijn mond open om te kijken of ik het wel inneem.” Dit is nou stigmatisering. Waar we in ‘de zorg’ hard werken om de client eigen regie te geven, lost de apotheek logistieke problemen op door het terug te gooien naar ‘de zorg’. Ik begrijp best dat ze DIS niet begrijpen, maar ik denk dat voor iemand met ADHD, autisme,NAH, kanker enzovoort het lastig kan zijn om goed geconcentreerd te zijn en helder in de gaten te houden of alle medicatie op orde en in huis is. We weten als patiënten dat er tekorten zijn. De ene maand is het pilletje roze en rond en daarna weer langwerpig en wit, omdat leveranciers verschillen. Wanneer ik dan samen een oplossing wil zoeken, ik teruggeduwd word in het hokje van niet capabel zorgafhankelijk gestoord mens, dan is het wel heel verleidelijk om volgende keer de telefoon te pakken met: ik heb een klacht!
Tegelijk met het telefoongesprek kwam er een mailtje binnen van een collega. “Er was iets mis gegaan met het inladen van het automaat. Daarom had je geen code gekregen. Als het goed is, kan je het nu ophalen.” Ik ben maar even heel lief geweest voor mijn spambox, dat ie onterecht de schuld kreeg.
Dokter Thijs moest vervolgens dit hele verhaal aanhoren via de mail. Toch nog een belasting door mij op ‘de zorg’. Zijn reactie: “Ze slaan de plank volledig mis en een excuses is wel op zijn plaats. Lijkt me een prima oplossing om voor drie maanden voor te schrijven.” En nu maar hopen dat ik over drie maanden niet te horen krijg van de apotheek dat voor mensen zoals ik het te gevaarlijk is om zoveel medicatie in huis te hebben. Dat ik het iedere maand moet komen ophalen. Maar dat is van later zorg.



