Muis in de herkansing
Ik open de middelste la van de keuken om een pannenlap te pakken. Ik zie kleine zwarte stippeltjes. ‘Heb ik hier met thee gestrooid?’ vraag ik mezelf af. Dan zie ik dat ook de pannenlap wat vezels kwijt is. Ik maak een foto en app een vriendin. “Is dit wat ik denk dat het is?” “Och nee, ben je rustig? Kom maar meteen, ik heb een hele voorraad met maatregelen.”
Dat ik en muizen in huis geen gelukkige combinatie is, is bekend. Blijkbaar gaan de gedachten van m’n vriendin ook meteen terug naar twaalf jaar geleden. Mijn afstudeeronderzoek had ik net afgerond. Ik hoefde alleen nog maar de eindpresentatie te doen. De zenuwen zoemden op de achtergrond in mijn lijf. Echt lekker slapen lukte niet. Zou het dan toch eindelijk na zes jaar lukken om mijn diploma te halen? Op een avond, wanneer ik aan het koken ben in ons krappe keukentje, stort het ventilatierooster naar beneden. Bovenop het gasfornuis, precies naast mijn pan. Een verschrikte muis zoekt zijn weg over het aanrecht. Ik ren de keuken uit en voel de adrenaline door mijn lijf gaan. In de kamer op de bank probeer ik tot bedaren te komen. Ik ben niet echt bang voor muizen, ik zie ze regelmatig in de tuin. Het is meer de onverwachte schrik die ik voel nagalmen. Even later nemen mijn gedachten het over van dit eerste gevoel. ‘Waar zitten ze nog meer?’, ‘Kunnen ze ook in mijn bed komen?’ en ‘Hoe kom ik hier zo snel mogelijk vanaf?.’ Net op tijd bedenk ik dat er nog een pan op het vuur staat. Helaas niet meer eetbaar, ik smeer straks wel een boterham. “Of hebben ze daar ook in gezeten?’ Ik inspecteer de keuken en bij ieder kastje dat ik opentrek zet ik me schrap. Bij ieder geluidje wat ik hoor, veer ik op. Mijn lichaam is in opperste staat van paraatheid. Van rustig zitten op de bank komt het niet meer. Laat staan dat ik me nog kan concentreren op mijn eindpresentatie.
In de dagen daarna ontdek ik de omvang van de muizenplaag. Ik hoor ze lopen door de spouwmuren. Wanneer ik de trapkast open doe waar mijn huisgenoot een grote zak rijst bewaart, schieten er meerdere muizen langs de buizen naar beneden. Daarvandaan kunnen ze dus naar de kruipruimte. Ik begin met het dichten van de gaten. Ik maak een studie van muizenbestrijding en lees dat ze door hele kleine gaatjes kunnen komen. Steeds als ik een ruimte binnenga, trap ik eerst een paar keer tegen de deur. Ik slaap niet meer, want ik wil blijven luisteren waar het gevaar vandaan komt. Wist ik toen maar wat ik nu wist. Dat de muizen niet het probleem zijn, maar dat dit slechts een trigger is. Iets in het hier en nu, wat ‘daar en toen’ op roept. Het waakzaam moeten zijn, dag en nacht klaar voor het gevaar. Niet dat er vroeger muizen waren. Het is het lichamelijk gevoel in mijn zenuwstelsel en spieren dat hetzelfde is. Mijn gevoel van onveiligheid kon ik nog niet duiden. Ik zocht de oplossing in het elimineren van de muizen. Hele kleine gaatjes… zo klein als een stopcontact..
Ik zou gaan eten bij een vriendin. ‘Eerst alle gaatjes dicht’ praat ik in mezelf. Ik stop stekkers in het stopcontact, maar ik heb tekort. Dan maar andere dingen. Tape kan niet, want dat eten die muizen gewoon op. Ik kan niet meer stoppen. Ik kom niet opdagen bij het eten en zo wordt duidelijk wat ik aan het doen ben. Ik slaap nog steeds niet. Ik wil niet thuis zijn, maar als ik niet thuis ben, heb ik geen controle over de stopcontacten. Ik ben in een tunnel beland met mijn gedachten. “Roos, volgens mij gaat het niet goed met je.” Er is wat overredingskracht nodig, maar ik luister toch en ga een paar dagen later naar de huisarts. Ik krijg een lichte dosering antipsychotica mee.
Kort door de bocht gebeurde daarna het volgende: afstuderen met flink wat pure chocola, om de demping van de pillen tegen te gaan. Ik denk niet dat iemand iets gemerkt heeft. Een week niet slapen en vervolgens mijn eerste acute opname in de psychiatrie. Wekelijkse ophoging van de medicatie. Na zes weken weer thuis met een behoorlijke dosis antipsychotica en kalmeringsmiddelen.
Een jaar laten heb ik mijn hand in het gips en moet ik tekenen met mijn verkeerde hand. Ik zit weer opgenomen en blik met een verpleegkundige terug op de eerste keer. Intuïtief begin ik te tekenen. Het wordt een kinderverhaaltje over Rosie en de muis. De muis woont in het dradenstelsel van het huis en wil graag ook televisie kijken. De muis kijkt door het gaatje van het stopcontact mee. Hij wil graag bij Rosie zijn. Daar schrikt Rosie zo van, dat ze samen met haar drie kippen de straat op rent.
Gek genoeg voel ik me van binnen helemaal tot rust komen door het tekenen. Daarop terugkijkend vind ik het bijzonder hoe ik in mijn ‘eigenwijsheid’ wist dat ik een kinderboekje moest tekenen. Terwijl ik nog lang niet de diagnose DIS had. Ik kende mijn kinddelen nog niet, ik wist niet dat ik opgesplitst was. Tot dan toe waren mijn gekke gedachten gelabeld als randpsychotisch, uitgelokt door afstudeerstress en geen slaap. Nu weet ik dat het anders was. Eén van mijn deelpersonen is een ijverige student. Zij is heel cognitief ingesteld en heeft weinig last van emoties. Zolang dat deel op de voorgrond was kon ik studeren, zonder dat mijn traumadelen door de muur heen kwamen. Gewoon hard werken, veel nadenken en weinig voelen. Dat de studie bijna klaar was gaf me veel stress. Ik wist niet hoe de lege dagen daarna in te vullen. Alsof er gaten in de afscheiding tussen de delen kwam. De muizen raakte me op het niveau van traumareacties. Willen vluchten en voortdurend paraat zijn. Eén van mijn deelpersonen is H. een meisje van 8 met een hele rijke fantasie. De muizen in stopcontacten was haar interpretatie van de informatie die ik op internet vond. Blijkbaar was de wijsheid van wat ‘we’ nodig hebben al aanwezig in mijn interne systeem. Samen met H. tekenen maakte de hele muizenangst rustig. De verandering van motoriek, door met mijn verkeerde hand te tekenen hielp om daar verbinding mee te maken.
Pas vijf jaar later kreeg ik de diagnose Dis.
Ook dit keer komen de muizen op een moment dat er al andere stress is in mijn leven. Ik heb mijn dagelijks leven zo ingericht dat er altijd 20% energie over is voor calamiteiten. Maar ik ben al over de 20% heen vanwege gedoe in de relationele sfeer. Ik haal een paar keer diep adem en loop dan naar die vriendin. Ik neem al haar anti-muizen spullen mee en leg die strategisch neer in de keuken. Ik voel dat er van binnen een deel mijn aandacht vraagt. De vluchter, die wil lopen en nooit meer terug komen. Er is angst dat het weer mis gaat. “Maar he zeg jongens, we zijn tien jaar verder. Nu ben ik er bij en los ik het op.” Mijn binnenwereld ademt uit en wordt weer rustig. Rollo is er, dat helpt ook. Hij wordt echt wel onrustig als er een muis door de kamer loopt. Die nacht kan ik de slaap niet vatten. Tegen de ochtend val ik alsnog in slaap en droom over ratten die over me heen lopen. Misschien toch maar voorzorgsmaatregelen nemen.
Ik mail dokter Thijs dat er onrust is en ik slecht slaap. Ik besluit mijn avondmedicatie tijdelijk te verdubbelen. We mailen wat heen en weer en na een week geef ik aan dat alles weer rustig is. Maandagmiddag is mijn huishoudelijke hulp er, mijn moment om het oud papier weg te gooien. Ik open de la en een vreselijke stank komt me tegemoet. Er zit een muis verstikt in een plasticzakje. Voor de zekerheid controleer ik de val achter het keukenkastje. Ook die is niet leeg. Te vroeg gejuicht. Ik bel mijn hulplijn voor praktische huiszaken. De volgende dag komt hij langs om via de kruipruimte de gaten af te dichten. Inmiddels is mijn strip met medicatie eerder op dan de maand voorbij is. Ik mail dokter Thijs met de vraag om een extra recept en de mededeling dat alle gaten nu echt gedicht zijn. Wat fijn dat hij kon komen. Hij heeft zeker de gaten vol gespoten met pur, dat zou ik doen in ieder geval. Ik weet dat Thijs de e-consults niet kan afronden als ik er weer op reageer. Maar pur?!! dat kan echt niet. Ik mail terug Ik weet dat jij het laatste woord moet hebben om de e-consults af te ronden. maar ik moet je echt behoeden voor een toekomstige fout. Pur is een heel slecht idee, dat gebruiken muizen als nestmateriaal. Staalwol om de leidingen en dan dichtkitten, dat is de oplossing. Reageer gerust alleen met een . om af te sluiten. Maar dit moest ik echt nog even kwijt. Ik krijg reactie terug Ik reageer niet met een . maar met een glimlach.
Ik ook. Hopelijk is dit het eind van hoofdstuk muis.



