Zooitje geregeld
Mijn ogen dwalen langs de witte muren met glasvezelbehang. Het schilderij aan de muur is niet mijn smaak maar wel goed geschilderd. Aan de muur achter mij hangt ook iets. Vast van de kunstuitleen, want het past totaal niet bij elkaar. Ik zit hier alleen aan een grote tafel. Voor mij ging een heel gezin naar binnen. Hopelijk voor iets feestelijks, al kan het hier ook het tegenovergestelde zijn. Ik neem de omgeving in mij op en dan zie ik de plakplinten van het laminaat. Er ligt er één scheef en er ontbreekt een stukje. En dat vind ik een hele troostende observatie. Ik heb altijd gedacht dat notarissen bij een andere klasse behoren. Rijke mensen met goede manieren waar ik me ongemakkelijk bij moet voelen. In gesprekken over formele formulieren zakt mijn IQ altijd een schaal naar beneden. Waarschijnlijk vanwege mijn idee dat iedereen snapt wat er staat behalve ik. Als er cijfers aan te pas komen is het helemaal erg. Ik moet dan mezelf verplichten om toch goed te lezen, want meestal komt er een ‘het zal allemaal wel goed zijn, doe jij maar wat’-houding over me heen. Ik zit hier nu niet voor het kopen van een wasmachine en ik heb me voorgenomen pas te tekenen als ik alles van A tot Z begrijp. Ik laat me niet van de wijs brengen door het idee dat iedere minuut geld kost hier.
De notaris komt me halen. Hij legt een aantal a-viertjes op tafel. Vandaag nemen we het levenstestament door en bespreken we wat ik wil met mijn testament. Volgende keer onderteken ik beide documenten. “In dit document staat wie jouw algemeen volmacht krijgt en wie bankvolmacht krijgt. Wie zijn dit van jou?” Ik vertel dat het twee echtparen zijn, waarvan de één eerste is op algemeen volmacht, de tweede op bankvolmacht en andersom. “Is dat ook omdat ze zo verantwoording aan elkaar afleggen?” “Ja, inderdaad en ook dat ze met een gerust hart een tijdje naar het buitenland kunnen, omdat het andere gezin dan ook alles mag doen.” “Dan is het misschien handig om formeel niet met een 1e en 2e verantwoordelijke te werken.” Het zit namelijk zo. Bankvolmacht betekent dat als ik nog leef, maar bijvoorbeeld in het ziekenhuis lig, zij betalingen voor mij kunnen doen. Ze kunnen dan ook van de bank een pasje krijgen. We kunnen afspreken dat ze boven een bepaald bedrag het altijd samen moeten doen. Maar als er iemand eerste verantwoordelijk is moet diegene eerst de volgende volmachten, voordat die erbij kan.
Het algemeen volmacht gaat over medische beslissingen. “Mijn ervaring is dat artsen 1 contactpersoon aanhouden, dus daarin is het wel handig om één iemand als eerste verantwoordelijke aan te spreken,” zegt de notaris. Ik vind het goed. We hebben toch afgesproken dat ze met z’n vieren blijven afstemmen.
We nemen het document verder door. “De volmacht loopt tot moment van overlijden.” “Oh, dat wist ik niet. Ik heb mijn wensen rond begrafenis ook met hen besproken.” “Dat hoort bij de nabestaanden en als er een testament is, is het voor de erfgenamen om dat te regelen.” Goed dat het ter sprake komt, want ik had het in mijn hoofd anders bedacht. De notaris ziet me denken. “Het punt is, dat ik een aantal dingen in huis heb, die zo persoonlijk zijn, dat ik niet wil dat er later in gerommeld wordt.” “Moet je het bewaren?” “Nou, kijk, het zijn vier kratten vol met GGZ-dossiers en dagboeken. Ik kijk er soms in als ik een gastles voorbereid. En ik schrijf en wie weet komt nog iets van pas.” “Je kan in het testament zetten wie dat mag hebben of weggooien.” “Mijn idee is om als ik terminaal ben een kampvuur te maken en dan daar alles op te gooien, maar je weet nooit of en hoelang ik terminaal zal zijn.” Dus beter meenemen in het testament.
“Heb je daar al over nagedacht?”, vraagt de notaris, “ben je trouwens gelovig of zo, je lijkt zo rustig over de dood.” Ik moet lachen. “Ja ik ben wel een soort van gelovig, denk ik. Ik vind het prettig om alles goed te regelen nu. Als ik bang ben rondom de dood gaat die angst altijd over dingen als ‘wat als ze me dwingen tot beademen’, ‘wat als informatie over mij die privé is, alsnog gaat rondzwerven’ en ‘wat als de hele kamer vol zit terwijl ik alleen wil zijn of andersom.’ Ik hoop dat als straks alles getekend is, die angst minder wordt. En dan. Ja dan heb ik met de dood niet zo’n probleem.” We gaan verder waar we waren. De notaris vraagt hoe ik mijn nalatenschap zie. “Ik heb een idee in mijn hoofd en omdat het over cijfertjes gaat, weet ik niet hoe ik dat moet oplossen. Dus ik heb bedacht dat ik dan maar met diegene moet trouwen en dat na mijn dood diegene dan met die ander moet trouwen en dan kan iedereen krijgen wat ik bedacht heb.” Nu is het de beurt aan de notaris om te lachen. “Dat kan vast makkelijker. Vertel eens wat je wilt.” Ik doe mijn idee uit de doeken. Hij begint te schrijven en te rekenen en binnen een paar minuten staan er drie opties op papier. “Snap je het?” “Ja, zo ongeveer.” “Daar doe ik het niet voor. Je moet het helemaal begrijpen.” In Jip-en Janneke taal krijg ik uitleg over wat er staat. “Bijna” zeg ik. Ik probeer het in eigen woorden en zowaar blijk ik 98% van de getallen te snappen. Nog een tekeningetje extra en we zijn er.
Een week later kom ik terug voor de handtekeningen. En het overmaken van nogal een bedrag. “Iedereen zou dit moeten doen, op tijd”, wordt vaak gezegd. Maar dat niet iedereen het doet begrijp ik best, want dit was een maandinkomen. Maar dan heb je ook wat. Ik heb mijn zooitje geregeld. En dat geeft rust en zin om nog heel lang te leven.



