Aan het opladen
Het gaat zoals ik vooraf ingeschat had. Het was een kwestie van optellen. Van een middagje rijden en op bezoek moet ik twee dagen bijkomen. Een week op reis is dus minstens twee weken herstellen. Donderdag kwam ik terug en de dagen daarna zat ik nog een beetje in de actiemodus. Ik wilde zo graag even de tuin zien en lekker met Rollo wandelen. Het duurt altijd even voor ik in de vertraagmodus kom, maar de pijn in mijn benen riep me wel echt een halt toe. Ik kan me er nu aan overgeven en lig lekker op de bank te lezen en tv te kijken. Het was het meer dan waard en ik vermaak me best. Voor mij went dit meer en meer. Ik blijf met mijn activiteiten binnen mijn mogelijkheden. Als ik er toch gepland overheen ga, zoals met de Roemeniëreis, dan neem ik de hersteltijd erbij. Voor mijn omgeving is dit wat minder logisch, al ben ik toch echt wel duidelijk geweest van te voren dat ik in deze weken er nog niet ben. De tweede dag weer in Nederland kreeg ik al een appje of ik op de tuin aan het werk was. En ook: “Ben je bij het congres dinsdag?”, “Ga je pottenbakken woensdag?” Ehm.. nee en nee en ook nee. Gelukkig kom ik niet in de verleiding om toch te gaan, omdat ik denk dat het van me verwacht wordt. Ik verwacht het namelijk niet van mezelf. Toch raakt het me wel. Een soort onbestemd eenzaam gevoel. En ook wel iets van irritatie. “Natuurlijk doe ik dat deze week allemaal niet, ik heb net een topprestatie geleverd, mijn lijf is nu op. Ik heb pijn en verhoging. En ja ik heb het er voor over, dus ook een beetje eigen schuld dikke bult. Maar ik ben er oké mee. Haal me niet uit mijn rust en acceptatiemodus.”
De week in Roemenië heeft me ergens bewust van gemaakt. Het is een soort markering van een verandering. Ik verander en dat is misschien een beetje wennen. Het is nog wat vers en dan moet ik altijd een beetje zoeken naar woorden. Ik waag een poging.
Mijn leven voor kanker stond in het teken van fysieke activiteiten. Alles wat ik vroeger in Roemenië deed was actie; mountainbiken, fotografie, muurschilderingen, creatieve lessen, tegen watervallen oplopen en moestuinen aanleggen. Nu was ik er om te zijn en te ontmoeten. Met de auto naar de heuvels en daar drie stappen lopen om een paar uur te gaan liggen luisteren naar de vogels. Op een nieuwe manier op reis gaan, met rolstoelassistentie op het vliegveld en één ding op een dag. Toch maximaal genieten. Het gaat niet om hoeveel ik doe op een dag, maar om hoe ik het doe. Met aandacht. Nieuwe hobby’s ontdekken die passen bij mijn lijf. Het zijn stapjes richting acceptatie van mijn ziekte.
Gisteren had ik een ontmoeting met een aantal andere jonge mensen met kanker. We hadden het over ‘andere dingen doen en dingen anders doen.’ We kruisten op een lijst met waarden aan welke nu belangrijk zijn. Wat me opviel is een aantal ‘kernwaarden’ hetzelfde blijven; zoals schoonheid, verbinding en authenticiteit. Maar andere dingen zijn veranderd. Zo vind ik nu ‘comfort’ belangrijk, terwijl ik altijd een primitieve kampeerder was. Niet dat een all-inclusive me aantrekt. Ik wil vooral een goed bed en kussen en voedzaam eten. Na een week weg verlangde ik naar mijn eigen huis, dat is nieuw voor me. Het zoeken naar avontuur is stukken minder belangrijk, al houd ik nog steeds van onverwachte ontmoetingen en ‘go with the flow’. Van rouwdouwer naar rustige rondfladderaar. Terwijl ik dit verwoordde viel het kwartje: mijn lichaam mag leidend zijn. Waar ik eerder vanuit mijn hoofd mijn lichaam aanstuurde, is het nu andersom. Van: ‘Als het openluchtbad open gaat, kan ik weer trainen. Iedere dag een baantje extra, dan lukt die 2 kilometer borstcrawl misschien toch nog.’ naar ‘ik neem weer een abonnement, als het warm is vind ik het vast prettig om even te pootje baden.’ Ik heb geen actielijstje meer wat er in huis moet gebeuren. Mijn lichaam zegt zelf na een uurtje tv kijken dat het fijn is om even te strekken. En dan doe ik de vaatwasser. Een uur later de was. Ik heb toch de hele dag de tijd.
Ik weet nog dat ik tijdens opnames in de psychiatrie een Psychomotore therapeut had die steeds zei: ´wat voelt prettig?´ Dat ik hem aankeek met een blik van; ‘hoezo praat jij ineens chinees? Sinds wanneer doet het er toe wat prettig voelt?’ Dat ik nu hardop durf te schrijven dat mijn lichaam mij mag leiden. Dat ik doe wat fijn aanvoelt. Dat ik heus nog wel beweeg en genoeg beweeg als ik stop mijn wil op te leggen aan mijn lijf. Als ik de bewegingen van binnenuit volg, dan laad ik weer op. Soms door te liggen luisteren in het gras, in slaap te vallen overdag, door even te dansen of een stukje te lopen en dan weer weg te kruipen onder mijn deken. Dat ik dit nog mag ontdekken, voelt als genezen tijdens steeds zieker worden.



