Rondfladderen in Roemenië
Zondag heb ik de hele dag niets anders gedaan dan vogels luisteren en uitrusten. Op een klein wandelingetje na. Als ik mijn slaapkamerraam opendeed en de vogelgeluidenherkenapp in het kozijn legde ving de app 18 verschillende soorten op. Dan is het een kwestie van de kijker pakken en zoeken. Daar kan ik me uren mee vermaken en nu kon het zelfs liggend in bed.
Maandag was het 1 mei, een feestdag hier. Iedereen gaat dan BBQen. We gingen naar vrienden in Tirgu Mures, daar waren we met een heel groepje. In dat huis heb ik regelmatig gelogeerd. Het ligt op een heuvel met een trap van 300 treden/stapstenen. De stad en de winkels zijn allemaal beneden. Toen ik vandaaruit tekenles gaf in een kinderhuis beklom ik die trap iedere dag minstens 2 keer. Gelukkig is er ook een weg bovenlangs voor de auto.
Ook dinsdag stond in het teken van herinneringen ophalen. Inmiddels zijn we verkast van Tirgu mures naar Tarnaveni, de stad waar Jorine haar eerste jaren woonden. We hebben geluncht met vrienden en thee gedronken met haar oud- collega. “Weet je nog van die keer dat we in de heuvels vast kwamen te zitten met de auto en we hulp gingen zoeken en eerst alleen een oud vrouwtje vonden in een dorpje van 4 huizen, een waterput en een paar kippen?” wisselt af met “Hoe is het nu met je?” Soms is het vertellen over hoe het qua ziekte gaat ook wel confronterend.
Vanmorgen zijn we ‘de straat’ in geweest. Dat is de aanduiding voor de Romawijk. 15 jaar geleden was het nog niet geasfalteerd en aangezien er geen riolering was, gaf dat een troosteloze aanblik. Inmiddels is de straat verhard en zijn de huizen beter onderhouden, al is er nog steeds een deel echt te vergelijken met een sloppenwijk. Ik kwam een aantal bekenden tegen, jonge moeders die ik als kinderen heb meegemaakt. We hebben een bezoekje gebracht aan een oud- collega van Jorine. Ze was blij verrast om ons te zien. Ze heeft een dochter van 11 jaar die meervoudiggehandicapt is en blind. Ik ging bij haar op de grond zitten en contact maken met onze handen. Mijn Roemeens is precies goed genoeg om met haar te praten. “Ik ben de zus van Jorine.” ,”Ja net als dat jij een broer hebt” , ” Ben jij de mama van je knuffel?” Bijzonder om haar te ontmoeten. Ik weet nog dat ze geboren werd en het heel spannend was of ze het zou redden. Nu is het een jonge vrouw aan het worden, met een grote glimlach op haar gezicht.
Ik kom erachter dat veel wat ik in Roemenië deed en waar in herinneringen aan heb fysiek was. Moestuinen aanleggen, muurschilderingen maken, wandelingen in de heuvels of mountainbiken naar het volgende dorp. Nu doen we alles met de auto, ook al is het 200 meter, i.v.m. de hellingen. Gisteren en vandaag zijn we de heuvels ingereden, naar een plek waar je met de auto hoog kan komen. Het uitzicht is er prachtig. We hebben er een paar uur op een kleedje gelegen, zonder verder iemand tegen te komen. Behalve de honden van de schaapherder die het bij ons gezelliger vonden. In de verte zijn de bergen te zien. Hoe langer we er zaten hoe meer de vogels zich lieten horen. De graszanger, veldleeuwerik, boomleeuwerik, groenling, vink, braamsluiper en heel kort een bijeneter. Die laatste heb ik helaas niet gezien. Wel twee Syrische bonte spechten in de achtertuin.
Zometeen gaan we nog met een paar oud- collega’s uiteten. En dan morgen al weer terugreizen.



