Reisplannen
“Iets wat ik nog heel graag samen met je wil doen, is terug gaan naar Roemenië,” zei mijn zus in een gesprek over wensen voor de toekomst. “Ja! Dat wil ik ook, maar hoe en wanneer dan?” Er ging direct een lampje aan in mijn hoofd. Roemenië! Dat zou tof zijn. We spraken af dat als de oncoloog in maart zou zeggen dat ik weer drie maanden weg mag blijven we in de meivakantie gaan. Tot die tijd lieten we het rusten.
Jorine, mijn zus, heeft elf jaar in Roemenië gewoond. In die tijd, wat voelt als mijn vorige leven, ben ik daar vaak geweest. Vooral in de eerste jaren dat ik nog studeerde ging ik regelmatig met een koffer vol met tekenspullen die kant op. We haalden laatst samen herinneringen op over wat we allemaal deden en durfden in onze onbevangenheid. Die eerste zomer ging ik drie weken lang iedere dag naar een kindertehuis. Alleen met de bus en taxi naar een dorp in de buurt. Jorine was op kamp en die zag ik alleen in het weekend. Ik logeerde bij haar vaste gastgezin en iedere avond oefende ik een paar Roemeense zinnetjes. Meestal zoiets als: “kijk, ik doe dit, doe mij na.” Dan ging ik de volgende dag met ecoline, grote vellen karton, verfkwasten en houtskool naar dat huis, waar vijftien kinderen op me zaten te wachten. Een huis waar ze nauwelijks aandacht kregen en weinig activiteiten gewend waren. Ik was alleen met ze en communiceerde vooral door te tekenen. De namen en gezichten van die kinderen herinner ik me nog. Nu zou ik zoiets niet meer durven. Wat als ze niet luisteren? Wat als er een ongelukje gebeurt? Wat als de bus niet komt? Studentikoze onbevangenheid is toch wel fijn om meegemaakt te hebben.
Net zoals dat ik een jaar later ‘s avonds vaak alleen met de mountainbike op pad ging. Langs verlaten fabrieken, want daar kon ik zo mooi foto’s maken. In Roemenië voelde ik me op een vreemde manier vrijer dan in Nederland.
Sinds ik Rollo heb ben ik er niet meer geweest. Er zijn teveel straathonden daar. Ook voelde ik me steeds meer bezwaard om met het vliegtuig te gaan. In de periode dat Jorine overwoog terug te komen naar Nederland begon bij mij de vermoeidheid toe te nemen. Ik was van plan nog één keer te gaan, om het daar ook af te sluiten. Ruim twee jaar is ze nu terug, en ruim twee jaar heb ik kanker. Het is niet meer gelukt en het voelt alsof er nog onafgehechte draadjes zijn. Iedere keer als ik terugging van een aantal weken daar, was het ‘tot de volgende keer.’ Die volgende keer is eindelijk nu. Koningsdag 2023 stappen we in het vliegtuig. Nu het waarschijnlijk één van mijn laatste keren is, mag het van mezelf. Ik weet niet wat de toekomst brengt, dus ik zeg niet dat ik nooit meer in Roemenië kom. Maar dan zal het in een andere context, naar andere gebieden en met andere mensen zijn. Nu gaan we draadjes afhechten. Mijn Roma- vriendinnetjes bezoeken, bij vrienden logeren, nog een keer door de stad slenteren. En een aantal nieuwe dingen doen. Er staat een tripje naar een natuurgebied op de planning waar ik nog niet geweest ben. Mijn nieuwe hobby laat ik ook niet achter, dus ik zal met mijn verrekijker naar vogels gaan zitten turen.
En tot die tijd ben ik druk met constructief-niet-kankergerelateerd-piekeren. Of eigenlijk is het wel kankergerelateerd, maar niet ziekenhuisgericht. Het gaat zo: ‘Hoe werkt de trein ook alweer= Ik heb al drie jaar niet gereisd en al helemaal niet zonder Rollo. Moet ik nog een chipkaart hebben? Hoe moet het met eten als ik daar ben? Kan ik wel bij het huis komen met al die trappen? Hoe gaat alles in mijn koffer passen? Heb ik wel genoeg voer voor Rollo in huis? En zal zijn oppas alles wel snappen?’ Mijn hoofd is er vol mee. Zo vol dat mijn andere sores er nauwelijks bijpast en dat is ook wel eens lekker.
Bij de fysio heb ik een nieuw trainingsdoel; heuveltjes lopen. De loopband mag voor 3 minuten op een helling van 2 procent. Mijn benen vinden dit toch een minder goed idee. Hoe de piep ga ik dit doen in Roemenië? Van welke energie ga ik leven? Van de energie die er is. Al zit ik alleen maar op een stoel en heb ik wel de Roemeense geuren en kleuren om me heen, dan heb ik al meer dan wat ik had als ik thuis op de bank had gelegen. Verder is het een kwestie van ingepland over grenzen gaan en dat is af en toe echt niet erg, aldus de fysio. De week (of weken) na thuiskomst ben ik out of order voor de buitenwereld. En lig ik hopelijk in het zonnetje in de hangmat na te genieten met de foto’s.



