misschien klop ik dan toch?

Tijdens het ‘kwakkelkanker-gesprek’ zei de onco iets wat me nog weken bezig zou houden: “Je lichte koorts kan ik niet verklaren met deze pet scan. Ik had dan actievere lymfomen verwacht. Ik weet ook niet waar het dan wel door komt, want je bloedbeeld is goed.”

Ik ben blij dat het over iets meetbaars als koorts ging en niet over pijn. Dan had ik gedacht dat ik het verzon en was de pleuris uitgebroken in mijn hoofd. Dit behoeft misschien enige uitleg: Als bijna kleuter werd ik misbruikt buiten het gezin. Niemand wist dit. Mijn lichamelijke reacties werden daardoor niet geduid als een gevolg, maar er werd steeds gezocht naar oorzaken. Mijn hele jeugd was ik aan het kwakkelen en zag ik veel artsen. Meestal werd er niets concreets gevonden en de conclusie ‘tussen de oren’ werd dan ook vaak getrokken. In mijn kinderbrein en tienerhoofd werd dat: je liegt en verzint. Het pijnlijke is dat als tussen de oren betekent: zoek eens in de richting van psychisch en trauma, dat de artsen gelijk hadden. En mij zelfs hadden kunnen helpen bespreekbaar te maken wat er in me was. Nu werd het slechts een label wat in mijn nadeel werkte. Ik ben bang geworden dat ik dingen verzin en daardoor ben ik zo ver bij mijn eigen lichaamssignalen vandaag geraakt, dat ik bij pijn volledig dissocieerde. Ik heb eens een paar dagen met een gebroken vinger rond gelopen.

Door jaren van lichaamsgerichte traumatherapie en haptonomie heb ik geleerd om mijn lichaam weer te voelen. Het lukt me nu om voor mezelf aan te geven of ik het koud of warm heb. Of ik honger heb of moe ben. Of iets zeer doet of juist prettig voelt. En toch, als de knobbel geen knobbel was geweest, maar zich alleen gemeld had in de vorm van vage klachten, dan was ik nooit naar een arts gegaan. En had ik nu nog niet geweten dat ik kanker heb.

Terug naar de onco en de niet verklaarbare lichte koorts. Het is koorts, dat kan ik meten en dus is het waar. Daardoor raak ik niet in paniek. Samen met degene die mee is, loop ik het ziekenhuis uit. Onderweg beginnen we te filosoferen. Stel nou dat mijn zenuwstelsel, immuunsysteem, bloedsomloop, of wat voor stelsel er zich van binnen bevindt, stel nou dat dat bij mij strakker staat afgesteld. Dat het denkt: “He, gekke cellen, dat is groot gevaar.” Zoals vroeger tijdens het misbruik er ook groot gevaar was. En dat het systeem overdreven extreem reageert op dit gevaar. En dat ik bij de kleinste kankeractiviteit al koorts krijg. Dan klopt het dus wel, dat de koorts bij de kanker hoort. Al zijn het dan niet de kankercellen die tumorkoorts uitscheiden (of hoe dat ook mag werken), maar is het een systeem wat alarm slaat en koorts veroorzaakt.

Kan je van stress ook koorts krijgen? Want eerst was er de nieuwe knobbel achter mijn oor. De timing kwam precies op het moment dat ik mijn levenstestament en testament aan het regelen was. Misschien drukte die knobbel het stresskoortsknopje in. Of bestaat stresskoorts niet?

Ik ga op onderzoek uit. In het boek ‘je vermoeidheid te lijf’ van Annemarie Fleming lees ik: ‘stress vroeg in het leven kalibreert het immuunsysteem van knaagdieren op zo’n manier dat in de volwassenheid overmatig hevige en langdurige ontstekingsreacties worden ingezet op indringers zoals het influenzavirus. (…) Inmiddels hebben vele onderzoeken aangetoond dat eerdere blootstelling aan herhaalde stressoren (lichamelijke of mentale vorm van bedreiging) de inflammatoire respons op een nieuwe stressor versterkt.

Mijn immuunsysteem reageert dus niet alleen op de afwijkende cellen met een reactie, maar ook op de stress door het hebben van kanker. Ik lees verder over ontstekingsstofjes die reacties als vermoeidheid en verhoging geven. Ik klop dus toch. Alhoewel.. ik heb altijd geleerd niet op één bron af te gaan. Ik wil meer lezen en onderzoeken en begrijpen. Maar dat is één van mijn grootste valkuilen. Willen begrijpen en daardoor niet meer voelen. De aanhoudende lichte koorts helpt ook niet mee bij het bestuderen van moeilijke onderzoeksliteratuur.

Ik wil iets doen. Ik moet iets doen. Als het niet aan de kankercellen zelf ligt, maar aan mijn reactie daarop, dan moet ik die reactie veranderen. Biofeedback misschien. Hartcoherentie. Kan ik daar de koorts mee omlaag krijgen? Yoga dan misschien of vijf uur mindfullness op een dag. Daar heb ik mijn tweede grote valkuil te pakken; In actie komen en daarmee mezelf alsnog uitputten. Niet accepteren wat er is, maar hard werken om de realiteit te veranderen. In een gesprek bij het kankerinloophuis bespreek ik dit. “Misschien moet je even helemaal niets zelf doen. En een lekkere massage nemen.” Een massage… dat is hier toch alleen voor mensen die operaties en chemo’s hebben gehad. Ik heb nog nergens last van.  Aha, daar is valkuil 3, ontkennen. Ik heb nog geen echte kanker. Misschien is die massage toch wel een goed idee. Ik plan er één in.

Wat een proces weer na één gesprekje bij de onco. Soms verlang in naar een supersonische dubbelscan. Dat niet alleen de kanker in beeld wordt gebracht maar de onco op het scherm kan aanwijzen: “kijk hier zie je hoe hard je hersenen werken om alle traumabeelden die het oproept te verwerken. En kijk daar is je immuunsysteem allerlei stofjes aan het produceren omdat het zo geschrokken is van de kankercellen. En zie je die spieren, vol met triggerpoints omdat je je schouders optrekt. En daar zie hoe je hartslag omhoog gaat door de spanning.” Veel dieper hoeft van mij niet. Stel je voor dat ook te zien is hoe ik mijn tranen inhoudt om maar dapper door te gaan. Hoe ik mijn boosheid niet meer uit, omdat ik zo moe ben. Hoe het weten dat ooit de kanker losbarst een voortdurend gevoel van angst geeft. Dat hoeft allemaal niet benoemd te worden. Veel te spannend. Het enige wat ik wil horen is: “Ik kan de koorts kankertechnisch niet verklaren. Maar het is wel logisch. Je klopt.”   

Related Posts